Identiteit Konot
De scholen(teams) binnen Konot proberen op dit moment te onderzoeken op welke manier zij werken: volgens de gematigde, de constructivistische of de traditionele opvatting. (meer hierover is na te lezen in de uitgave Alle kinderen bijzonder, Levensbeschouwelijke communicatie met aandacht voor identiteit, bladzijde 22. Budel 2002.
Door direct één van bovengenoemde manieren te kiezen wordt vergeten dat elke leerkracht zichzelf de vraag stelt: In hoeverre maak ik me zorgen over welke opvatting mijn school hanteert? Leerkrachten zijn vaak praktisch ingesteld en als het goed is gericht op de kinderen. Dit gedeelte is van essentieel belang om te kunnen werken met een team, waarvan betrokkenheid en inzet wordt vereist. Door gericht bezig te zijn (de levensbeschouwelijke communicatie eigen maken en linken aan de praktijk) ervaart het team de toegevoegde waarde van de identiteitsbegeleiding. Het wordt niet meer van bovenaf gestuurd/opgelegd, maar de directie doet mee aan de bijeenkomsten.
Door de eerder genoemde stap over te slaan, staat de begeleiding te ver af van de teamleden. Open communicatie is dan moeilijk. Al vrij snel wordt verwezen naar een methode waarmee men werkt en men vindt dit voldoende. Door in te gaan op het persoonlijke vlak en de koppeling naar de praktijk, blijkt dat het vaak nog lastig is om te communiceren op levensbeschouwelijk niveau. Een methode biedt hiervoor niet voldoende handvaten.
Door eerst te kijken waar je zelf staat, wat levensbeschouwelijke communicatie voor je betekent, wat je valkuilen zijn enz., kun je vanuit de persoon zelf levensbeschouwelijk communiceren. Een goede vergelijking: een leerkracht moet ook zelf kunnen rekenen om het goed en begrijpbaar over te brengen op een leerling.
Centraal in deze andere werkwijze staan de levensvragen als: Wie is de mens? Wat is goed en kwaad? Hoe leven mensen samen? ‘Wat is lijden en wat is dood?
Als je zelf als leerkracht een aantal levensvragen goed hebt doorleefd, kun je kinderen stimuleren een open kijk te houden op elkaar en hun omgeving. Daarbij is het de kunst dat de leerkrachten door de identiteitsbegeleiders zicht krijgen hoe deze vragen te koppelen aan de praktijk en inzien dat het een onderdeel van het dagelijks bestaan is. Is het immers niet zo dat levensbeschouwing de gehele dag op ons pad komt?
Door eerst bewust met het team aan de slag te gaan, kan vervolgens worden gekeken welke opvatting het beste bij de school past. Er zijn manieren gevonden om elkaar te ondersteunen bij die onderwerpen. Zo kan het zijn dat de ene leerkracht weet om te gaan met vragen over de dood, terwijl een ander zich daar ongemakkelijk bij voelt. Niet ieder teamlid kan hetzelfde zijn, maar de leden kunnen wel ondersteuning krijgen in het leren zien waar en wie ondersteuning nodig heeft. Door persoonlijk met de leerkrachten aan het werk te gaan, wordt er veel duidelijk. Men wordt niet gestuurd door de groep. Na deze persoonlijke benadering kan gewerkt worden op teamniveau.
De identiteitsbegeleider van de Konot,
Jos van Remundt